Weefsels (Woven)

Een weefsel bestaat uit horizontale en verticale garens die in elkaar zijn geweven. Garens in de lengte worden kettingdraden genoemd en inslagdraden in de breedte. Deze draden kunnen op verschillende manieren worden afgewisseld, wat resulteert in verschillende soorten bindingen. Er bestaan drie hoofdbindingen: de platbinding, de keperbinding en de satijnbinding.

De drie hoofdbindingen

De platbinding (ook wel effenbinding of linnenbinding) is de meest simpele binding. Hierbij liggen de kettingdraden en inslagdraden om en om bovenop. Deze binding is stabiel en regelmatig.

De keperbinding (ook wel twill) is herkenbaar aan de diagonale lijnen op een stof. Met deze binding is een inslagkeper en kettingkeper te maken. Doordat de inslag of kettingkeper een regelmatig aantal draden overslaat zijn er minder bindingspunten. De bindingspunten beginnen steeds een draad hoger, ze raken elkaar en vormen een schuine lijn. In vergelijking met de platbinding resulteert de keperbinding in een sterkere en dikkere stof.

De satijnbinding (ook wel atlasbinding) heeft geen zichtbare lijn in het weefsel. Bij deze weving worden garens dicht op elkaar geweven. De bindingspunten raken elkaar niet en produceren glans aan een kant van de stof. De voor- en achterkant van de satijnbinding zijn dus niet hetzelfde.

Groothandel Woven stoffen

Bestel uw geweven (woven) stof snel en eenvoudig online bij Knipidee International. Keuze uit een uitgebreide collectie van Basis en Collectie stoffen in tal van effen kleuren, dessins en prints.